Ik zit in de tuin...

Ik zit in de tuin, het is schemerdonker en ik zit te wachten op de vleermuizen. Als de
vogels stoppen met fluiten, is het moment aangebroken dat de vleermuizen uit hun
holen komen om rond te vliegen boven mijn hoofd. Het verhaal dat mij als kind is verteld,
maakt het spannend: de vleermuizen zijn blind en als ze tegen je hoofd aanvliegen,
komen ze in je haren vast te zitten en je krijgt ze nooit meer los.
Je zult altijd rond blijven lopen met een fladderende vleermuis op je hoofd.
De volgende gedachte is over mijn tante Paula, altijd in gouden gewaden gekleed.
Ik dacht vroeger altijd dat ze in een gouden kooitje woonde en dat mijn oom haar
's avonds uit het kooitje haalde en haar een beetje rond liet lopen op haar gouden
pantoffeltjes. Ze was liever dan lief.

Deze gedachten en dagdromen komen steeds terug als thema in mijn werk.
Ik zie een vorm, een kleur, beweging en dan begint de fantasie te werken, de gebeurtenissen en verhalen uit mijn jeugd. Mijn huis was er een met vele kamers, overal zolders, plekjes, trappenhuizen, schuilplaatsen waar ze je na een dag zoeken nog niet konden vinden. Genoeg om steeds weer opnieuw te verwerken in een beeld.

Ik werk met verschillende materialen. Houtskool, potlood, aquarel, pastelkrijt, olieverf, spuitlak, gouach en alles door elkaar. Alle materialen liggen binnen handbereik en in een beweging zie ik de fantasiebeelden ontstaan.  In een soort van dans komt het beeld op het doek terecht. Van te voren weet ik nog niet wat er gaat gebeuren en pas als het er is, zie ik wat ik had willen vertellen.
De schilderijen maken zichzelf. Mijn handen zijn het instrument.